BMI Berekenen — Hoe Bereken Je je Body Mass Index
De Body Mass Index (BMI) is wereldwijd de meest gebruikte methode om te beoordelen of het gewicht passend is bij de lengte. Hij wordt gebruikt door de WHO, het RIVM, huisartsen, diëtisten en voedingsdeskundigen als basale screeningstool. De formule is eenvoudig: BMI = gewicht (kg) ÷ lengte² (m). Het resultaat wordt beoordeeld op basis van de internationale WHO-classificatie, die alle waarden indeelt in 8 categorieën — van ernstig ondergewicht tot morbide obesitas klasse III.
Hoe gebruik je de BMI-calculator
Gebruik de schuifregelaars om je lengte (140–220 cm) en gewicht (30–250 kg) in te stellen. Geef optioneel je geslacht op en sleep de schuifregelaar voor de buikomvang voor een aanvullende metabole risicoanalyse. Klik op "BMI Berekenen" voor je BMI-waarde op één decimaal, de WHO-categorie en het risiconiveau, het gezonde gewichtsbereik voor jouw lengte, een beoordeling van de buikomvang (indien ingevoerd) en een visuele BMI-schaal.
Gezond gewicht per lengte — referentietabel
Bij 1,60 m is het gezonde gewicht 47–64 kg. Bij 1,65 m: 50–68 kg. Bij 1,70 m: 53–72 kg. Bij 1,75 m: 57–76 kg. Bij 1,80 m: 60–81 kg. Bij 1,85 m: 63–85 kg. Bij 1,90 m: 67–90 kg. Deze bereiken komen overeen met BMI 18,5–24,9. Als je gewicht buiten deze marges valt, is het een goed moment om met je huisarts te praten — al hoeft dat niet meteen een gezondheidsprobleem te betekenen.
BMI en gezondheidsrisico's
Onderzoek bevestigt consistent een verband tussen een BMI boven de 25 en een verhoogd risico op hypertensie, diabetes type 2, hart- en vaatziekten, gewrichtsklachten en bepaalde vormen van kanker. Een BMI onder de 18,5 hangt samen met bloedarmoede, osteoporose, hormonale verstoringen en een verminderde weerstand. Tegelijkertijd is BMI slechts een van de vele gezondheidsparameters en kan het een volledig medisch onderzoek niet vervangen.
Lichaamstype en de verhouding tussen lengte en gewicht
BMI houdt geen rekening met het lichaamstype. Er worden drie constitutionele typen onderscheiden: het ectomorfe type (slank, smal postuur), het mesomorfe type (gemiddeld gespierd) en het endomorfe type (breder, zwaarder gebouwd). Twee mensen van dezelfde lengte en hetzelfde BMI kunnen een sterk verschillend vetpercentage hebben, afhankelijk van hun spiermassa en botstructuur. Buikomvang en lichaamssamenstelling geven samen een veel vollediger beeld dan BMI alleen.
Metabool syndroom en risico op diabetes type 2
Metabool syndroom is een combinatie van een verhoogd BMI, overmatig buikvet, hoge bloeddruk en een afwijkende bloedsuiker of lipidenspiegel — en verhoogt het risico op diabetes type 2, hartaanval en beroerte aanzienlijk. Volgens de WHO begint het risico op diabetes type 2 al te stijgen bij een BMI van 25 en neemt het sterk toe boven de 30. Zelfs een gewichtsreductie van 5–7% van het begingewicht verlaagt het risico op diabetes type 2 al significant. Heb je een BMI boven de 25, laat dan je nuchtere bloedglucose controleren.
BMI en leeftijd: wat verandert er na je 40e en 60e
De lichaamssamenstelling verandert met de leeftijd: de spiermassa neemt af terwijl het vetpercentage stijgt, ook bij een stabiel gewicht. Sommige clinici beschouwen een iets hoger BMI — tot 27 — als acceptabel voor mensen boven de 65, vanwege beschermende effecten op botdichtheid en immuunfunctie. Overmatig gewichtsverlies bij ouderen kan door het risico op sarcopenie (spierverlies) en kwetsbaarheid even gevaarlijk zijn als obesitas. Raadpleeg altijd je huisarts voor op maat gemaakt advies.